HIS-ervaringen:‘Goede oplossingen liggen vaak buiten onze comfortzone’

Een ziekenhuisapotheker van het HagaZiekenhuis en een programmamanager bij ZonMw blikken terug op hun deelname aan de Health Innovation School Haaglanden. Daar hielden ze zich bezig met de communicatie tussen huisarts en wijkverpleegkundige bij de behandeling van kwetsbare ouderen in Bouwlust/ Vrederust. Denise: ‘We zochten een bestaande oplossing voor een bestaand probleem. Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden?’

Paul de Wolf en Denise Temmink moeten even schakelen. Ja, het traject van de Health Innovation School heeft indruk gemaakt, maar het is toch ook alweer even geleden. Al snel zitten ze er weer helemaal in. Het groepje ging aan de slag voor kwetsbare ouderen in Bouwlust/Vrederust. Een rapport van de IGJ had geconstateerd dat huisarts en wijkverpleegkundige elkaar daar onvoldoende weten te vinden bij de zorg voor kwetsbare ouderen in Bouwlust en Vrederust in Den Haag.

De HIS, afgesloten begin dit jaar, is georganiseerd door de stichting STZ, met ondersteuning van LUMC Campus Den Haag, Gezond en Gelukkig Den Haag en Gemeente Den Haag. Professionals uit verschillende domeinen, van beleidsmakers tot artsen en verzekeraars, gingen tijdens de HIS aan de slag met zelfgekozen thema’s, afkomstig uit de praktijk. In deze serie blikken zij terug op hun proces en uitkomsten.

Echt nodig

Denise, van oorsprong verpleegkundige en na een periode in het buitenland werkzaam als programmamanager bij ZonMw, wilde tijdens de HIS beter voelen wat er op de werkvloer speelt. Het onderwerp in Bouwlust/Vrederust sprak haar aan: ‘Ik wilde graag iets doen wat echt nodig was, dat was hier duidelijk.’ Paul vult aan: ‘Kwetsbare ouderen zijn ook een doelgroep voor de ziekenhuisapothekers en dan ben ik wel verbaasd dat wijkverpleging en huisartsen elkaar zo slecht weten te vinden.’

Een brede vraag die ze, volgens de door de HIS aangereikte methoden verder gingen onderzoeken. Maar Paul viel nog iets anders op in de aanpak. ‘We begonnen met de vraag welke kwaliteiten je had om bij te dragen én om aan te geven waar je beperkingen lagen. Die analyse, zo aan de start met elkaar, vond ik heel interessant.  Dan weet je al meteen beter wat je aan elkaar hebt of kunt verwachten. Pas daarna gingen we echt met het onderwerp aan de slag.’

Moeite met proces

Dat gebeurde volgens de methode van design thinking, waarbij gesprekken met stakeholders helpen om het probleem echt helder te krijgen, benaderd vanuit empathie en met de mens centraal. Paul: ‘De kunst was om steeds weer nieuwe vragen te bedenken die het probleem steeds beter identificeerden. Ik vond dit best een uitdaging, ik zit vrij gestructureerd in elkaar en ga graag snel naar een oplossing toe. Dat werkte hier even anders. Het proces dwong ons al die perspectieven mee te nemen en van daaruit verder te zoeken.’

Denise vat samen: ‘We hebben veel partijen gebeld, van de mensen van IGJ tot de huisartsen tot wijkverpleging, mantelzorgers, patiënten en zorginstellingen. Wat onze positie binnen dit probleem uniek maakte, is dat wij geen belang hebben bij de richting van de oplossing. We zijn geen partij en kunnen ons vrij uitspreken, op de inhoud. Het duurde even voor we zagen dat juist dat onze kracht was.’

Communicatie

Het groepje zag steeds duidelijker waar volgens hen de kern zat van het probleem: de communicatie. Paul licht toe: ‘Als ik in het ziekenhuis in het systeem kijk zie ik meteen wie iemands huisarts is, zijn cardioloog, internist of diëtist. Dat staat allemaal in dat systeem. Maar een huisarts heeft weer een ander systeem, met andere gegevens. En dossiers delen kan natuurlijk niet zomaar, AVG-technisch.’ De grote vraag was wat nou wél een goede manier zou kunnen zijn voor professionals om elkaar te vinden.

Paul: ‘Een huisarts wil graag terugkoppeling, maar een wijkverpleegkundige vindt deze stap moeilijk en gaat niet na elk huisbezoek de huisarts bellen. Zij noteren in hun eigen systeem en koppelen terug aan hun teamleider. Die heeft ook geen tijd om de huisarts te bellen.’ Denise vult aan: ‘De zorg is ontzettend versnipperd. Er zijn heel veel thuiszorgorganisaties in de regio en heel veel huisartsen. Dus voordat een huisarts weet welke thuiszorg hij moet hebben om voor mevrouw Jansen iets te regelen, dat is heel lastig. Dat moet simpeler kunnen.’

OZO-verbindzorg

Hun onderzoek leidde hen naar Zwolle waar thuiswonende ouderen met het programmaOZO-verbindzorg zelf regie hadden op hun netwerk van zorgverleners. Denise: ‘Basis hiervan is het gedachtegoed van positieve gezondheid, dus kijkend vanuit wat er nodig is, met de patiënt in de lead. In dat programma creëer je als patiënt een soort spinnenweb om je heen, waarin in een oogopslag duidelijk is welke hulpverleners, mantelzorgers en anderen betrokken zijn bij iemands netwerk. Van de fysiotherapeut tot de huisarts maar bijvoorbeeld ook de dominee of een buurvrouw. Heel praktisch, heel handig. Wat relevant is voor de zorgverlener kan hij of zij overnemen in het eigen dossier.’

De betrokkenen kunnen daarop heel laagdrempelig, op een tijd dat het hen uitkomt, via berichten met elkaar en de patiënt communiceren. Denise geeft een voorbeeld: ‘Stel de apotheker ziet dat mevrouw Jansen haar medicijnen niet heeft opgehaald. Die kan de buurvrouw dan een berichtje sturen of zij even kan kijken of alles goed gaat.’ Een bestaande oplossing dus, voor een bestaand probleem. Denise: ‘Ja, wij zijn pragmatisch. Waarom zou je het wiel nog een keer uitvinden? Als iets werkt, dan werkt het.’

Mijnenveld

Een gesprek met de initiatiefnemer van OZO-verbindzorg maakt hen nog enthousiaster. ‘Ze had het over een ‘mijnenveld’; iedereen denkt vanuit de eigen zorgomgeving en daar moet het allemaal maar inpassen.’ Reden dus voor het groepje om dit systeem aan te bevelen. In een bijeenkomst hebben ze daar de betrokkenen warm voor proberen te krijgen, maar implementatie blijkt niet eenvoudig. Denise: ‘Dan loop je tegen de mogelijkheden van betrokken partijen aan.’

Het idee is vooralsnog nog niet in gebruik genomen in de regio Haaglanden, maar de onderbouwing van de aanbeveling zijn wel toegelicht. Paul: ‘Iedereen denkt toch in zijn eigen structuren en domeinen, dit vraagt echt een andere manier van denken, vanuit het collectief. Uiteindelijk ontkom je denk ik niet aan een systeem als dit. Want ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen wel hun eigen portals blijven bouwen, maar voor huisartsen en apothekers is dit niet reëel, qua kosten. En zolang al die portals niet met elkaar communiceren, blijft de versnippering voor de patiënt.’

Voorbij het ego

Hun uiteindelijke oplossing staat dus nog even in de ijskast, maar wat heeft de HIS Paul en Denise nog meer aan inzichten gegeven? Denise: ‘We moeten meer gaan denken vanuit wat wenselijk is gezien vanuit de patiënt. Niet de afspraken tussen professionals staan centraal, het gaat om afspraken tussen de patiënt en de professionals. Het totale plaatje.’

Het beviel haar goed om vrij te kunnen denken binnen de HIS, zonder structuren, belangen of grenzen. Paul licht toe hoe de HIS hem daarbij hielp: ‘Door samen met mensen met compleet andere achtergronden en manieren van denken iets te creëren, ga je vanzelf al vrijer denken.’ Dus dat zouden we eigenlijk vaker moeten doen? Denise lacht: ‘Ja, eigenlijk wel.’

Meer informatie over OZOverbindzorg? Bekijk deze video:

Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte
Inschrijven
Alle nieuwsberichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Bezoek- en Correspondentieadres

Stichting Transmurale Zorg Den Haag e.o.
p/a Basalt
Vrederustlaan 180
2543 SW Den Haag

Contactgegevens

070-7000077
info@transmuralezorg.nl