Patiënt

Laatste levensfase

Overgang naar terminale zorg
In de laatste levensfase bestaat palliatieve zorg uit terminale zorg. Terminale zorg is voor mensen van wie de arts verwacht dat zij maximaal drie maanden te leven hebben. Het doel is dat u zo comfortabel mogelijk kunt leven en sterven.

Sterven betekent het loslaten van het leven. U laat alles achter wat u lief is. Dit is moeilijk, dat begrijpt iedereen. Praten met mensen die u vertrouwt, zoals familie en vrienden, kan steun geven. Ook gesprekken met een geestelijk verzorger kunnen helpen. Iedereen kan bij een geestelijk verzorger terecht, ongeacht levensbeschouwing. Daarnaast zijn er opgeleide vrijwilligers die luisteren, steun bieden en praktische hulp geven, bijvoorbeeld door te waken of mantelzorg tijdelijk over te nemen.

De zorgverlener bespreekt met u en uw naasten wat belangrijk is bij het afronden van het leven. Dit kan gaan over:

  • Waar u wilt zijn en waar u wilt sterven;
  • Wat u belangrijk vindt op lichamelijk, geestelijk, sociaal of spiritueel gebied;
  • Hoe u afscheid wilt nemen en rituelen wilt uitvoeren;
  • Welke wensen en ondersteuning belangrijk zijn voor u en uw naasten vlak voor en na het overlijden.

Als thuiswonen niet meer gaat
Veel mensen willen thuis sterven. Soms is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat de zorg te zwaar wordt. Dan kan een hospice of een palliatieve unit in een verpleeghuis een oplossing zijn.

Hospices
Een hospice is een huiselijke plek voor mensen in de laatste fase van hun leven. Er is 24 uur per dag zorg van verpleegkundigen en vrijwilligers. De zorg is erop gericht om het leven zo comfortabel mogelijk te maken. Een hospice is vaak klein, met 4 tot 8 kamers. U heeft een eigen kamer en er is veel aandacht voor u. Het is belangrijk dat u zich er thuis voelt. Het kan fijn zijn om van tevoren een keer te kijken.

U kunt zich aanmelden via uw (huis)arts, wijkverpleegkundige of transferverpleegkundige. U, uw familie of vrienden kunnen ook zelf contact opnemen. De verpleging en verzorging worden vergoed vanuit de basisverzekering. Voor het verblijf in een hospice kan een eigen bijdrage gelden, soms vergoed door de aanvullende verzekering.

De volgende hospices zijn aangesloten bij het Netwerk Palliatieve Zorg Haaglanden:
Hospice de Witte Roos, Hospice Het Vliethuys, Hospice Wassenaar, Hospice Zoetermeer, Jacobshospice, Villa ExpertCare Rijswijk (0-18 jaar), Xenia (16-40 jaar).

Verblijven in een verpleeghuis
Als u tijdelijk niet meer thuis kunt wonen, kunt u verblijven op een palliatieve unit in een verpleeghuis. Uw huisarts kan u uitleggen welke mogelijkheden er zijn. De zorg op een palliatieve unit wordt vergoed via de basisverzekering of de Wet langdurige zorg. Soms moet u wel een eigen bijdrage betalen.

De volgende palliatieve units zijn aangesloten bij het Netwerk Palliatieve Zorg Haaglanden:
Hospice Claude Monet, Hospice Saffier Nolenshaghe, Hospice WZH Waterhof, WelThuis Vivaldi – De Irishof.

Ieder mens en ieder sterfbed is uniek.

Lichamelijke klachten in de laatste fase

In de laatste levensfase kunt u last krijgen van lichamelijke klachten. Bespreek deze altijd met uw arts, zodat een passende behandeling gezocht kan worden. Soms is het handig om enkele medicijnen in huis te hebben voor noodsituaties.

Veel voorkomende klachten zijn:

  • Uitputting en moeheid: dit komt vaak voor en is moeilijk te behandelen. Rust, een vast dagritme en het goed verdelen van energie kunnen helpen. Soms kan de arts medicijnen geven om u op te peppen of beter te slapen.
  • Pijn: kan op verschillende manieren voelen. Bespreek met uw arts wat u kunt doen om de pijn te verminderen.
  • Benauwdheid en kortademigheid: kan komen door angst, verkeerd ademen, vocht in de longen of bloedarmoede. Rechtop zitten of ademhalingsoefeningen kunnen helpen.
  • Verwardheid of delier: door ziekte of medicijnen kunt u verward raken. Soms helpt rust, regelmaat, een vertrouwde omgeving, voldoende drinken of aanpassing van medicatie. Soms herstelt u niet meer van een delier.
  • Verstopping van de darmen: kan voorkomen en is soms moeilijk te behandelen. Uw arts kan laxeermiddelen voorschrijven.
  • Eten, drinken en mondverzorging: smaak en zin om te eten kunnen veranderen. Dit is normaal en versnelt het overlijden niet. Kleine porties, advies van een logopedist en goed drinken en mondverzorging kunnen helpen.
  • Misselijkheid en braken: kan verschillende oorzaken hebben. Bespreek met uw arts wat mogelijk is om dit te behandelen.

Behandelingen tegen pijn

  • Morfine: kan pijn en benauwdheid verlichten. U overlijdt niet door morfine en verslaving komt niet voor in de laatste fase. Het kan gegeven worden als tablet, drankje, pleister, injectie of via een pompje.
  • Palliatieve sedatie: hierbij krijgt u medicijnen om uw bewustzijn te verlagen en uw lijden te verlichten. Dit kan tijdelijk (intermitterend) of continu tot uw overlijden. Uw overlijden wordt veroorzaakt door de ziekte, niet door de sedatie.

De palliatieve kit
Uw (huis)arts kan in de laatste fase van uw leven een palliatieve kit aanvragen bij de apotheek. De palliatieve kit is een plastic box met veelgebruikte hulpmiddelen en medicijnen die bij u in huis komt te staan. Er zitten o.a. medicijnen in tegen pijn, benauwdheid, misselijkheid en onrust.

Stervensfase
De stervensfase beslaat de laatste dagen van het leven, tot zeven dagen. Lichamelijke en geestelijke veranderingen wijzen erop dat het einde nadert. Niet iedereen ervaart alles en de volgorde verschilt.

U merkt dat de stervensfase is begonnen als:

  • u minder behoefte heeft aan eten en drinken;
  • de ademhaling onregelmatig wordt;
  • u zich terugtrekt en veel slaapt;
  • u bijna niet meer uit bed komt;
  • u nog dingen vertelt die belangrijk zijn.

Iedereen sterft in zijn eigen tempo. Soms is de geest klaar maar het lichaam nog niet, of andersom.

Veranderingen in de laatste uren

  • Eten en drinken: in de laatste fase heeft u meestal weinig tot geen behoefte meer aan eten of drinken. Kleine slokjes water of het bevochtigen van de mond kunnen prettig zijn. Het is belangrijk geen voeding te geven als u dat niet meer wilt of kunt.
  • Ademhaling: de ademhaling wordt vaak onregelmatig en kan een reutelend geluid maken door slijm. Dit klinkt soms zwaar, maar is voor u zelf niet pijnlijk.
  • Bloedcirculatie: handen, voeten en de neus kunnen koud of paars worden. De huid kan bleker lijken. Na het overlijden kan dit soms weer iets veranderen.
  • Bewustzijn: u bent minder vaak wakker en trekt zich langzaam terug uit het leven. Zachte woorden, nabijheid en aanraking kunnen geruststellend zijn.

Sterven kan snel gaan, binnen uren, maar soms ook dagen of weken duren.

 

Rondom het overlijden

De meeste mensen overlijden op een natuurlijke manier. U kunt nadenken over uw wensen voor het afscheid en contact opnemen met een uitvaartverzorger. Bespreek hoe de uitvaart eruit moet zien en welke rituelen of gebruiken belangrijk voor u zijn.

Het levenseinde sneller laten verlopen

  • Bewust stoppen met eten en drinken: dit kan het sterven versnellen. Overleg altijd met uw arts en familie voordat u deze keuze maakt.
  • Euthanasie of hulp bij zelfdoding: dit kan alleen op uw eigen verzoek en volgens de wettelijke regels. Uw arts beoordeelt of het mogelijk is en legt uit hoe de procedure verloopt.

 

Zorg na overlijden
Na het overlijden kunnen familie en vrienden rustig afscheid nemen. De huisarts stelt officieel vast dat u bent overleden en vult de overlijdenspapieren in. Daarna kan de uitvaartverzorger de laatste zorg verzorgen. Nabestaanden mogen hierbij helpen, met ondersteuning van de zorgverlener of uitvaartverzorger. Hulpmiddelen zoals een pacemaker of ICD worden verwijderd.

Meer informatie: Rijksoverheid – Overlijden